04.03.2012

De dieren in onze omgeving worden steeds dikker

De vetzuchtepidemie blijft niet beperkt tot Homo sapiens. Volgens biostatisticus Yann Klimentidis van de University of Alabama at Birmingham worden ook resus-aapjes, meerkatten, blauwaapjes, chimpansees, muizen, ratten, katten en honden steeds dikker. Misschien worden we toch niet steeds dikker omdat we consequent teveel Pringles eten als we voor de buis zitten, oppert Klimentidis. Misschien is er meer aan de hand.

Vetzuchtexplosie
Je leest er weinig over, maar eigenlijk weten we niet precies waarom we steeds dikker worden. Goed, we worden dikker als we meer eten dan we verbranden. Ja, er is nu meer junk food op de markt dan vroeger, en ja, we bewegen minder dan ooit. Maar tweehonderd jaar geleden was er ook een kleine en rijke groep mensen die zittend leefde en zich alle mogelijke caloriebommetjes kon veroorloven. Maar toch was in die kleine groep overgewicht zeldzaam. De leden van die groep reguleerden hun energie-inname aan de hand van hun energieverbruik.

Waarom kunnen wij dat niet meer? Vragen sommige onderzoekers zich af. Staan we misschien bloot aan iets wat we niet kennen? Een chemische stof die onze hersenen destabiliseert? Een virus dat ons dwingt om meer te eten? Is er een milieufactor waardoor we onze inname van energie niet meer kunnen reguleren?

Als er iets mis is in het milieu waarin we leven, beredeneerde Klimenditis, dan zie je dat als eerste bij de dieren in onze omgeving. Worden die ziek, dan moeten we ons zorgen gaan maken. [Environ Health Perspect. 1999 Apr;107(4):309-15.] Als we dikker worden door een andere reden dan door teveel eten en te weinig bewegen, dan zouden dus ook de dieren om ons heen dikker moeten worden, beredeneerde Klimentidis.

Studie
En dus verzamelde Klimenditis gegevens over het lichaamsgewicht van volwassen dieren. Hij maakte gebruik van studies die al eerder waren gedaan, waarin populaties van zoogdieren minstens tien jaar werden gevolgd. Het ging daarbij telkens om dieren die in de nabijheid van mensen leefden. Daarbij moet je denken aan huisdieren, zoals honden en katten, aan laboratoriumdieren, maar ook aan dieren die in onze riolen, kelders en tuinen leven, zoals ratten. In totaal vond Klimenditis gegevens over 24 van zulke populaties.

Alle populaties werden dikker naarmate de tijd verstreek, ontdekte Klimenditis. Er waren geen uitzonderingen.

Bij makaken steeg de kans op obesitas [ziekelijk overgewicht] met 114 procent. Bij chimpansees steeg die kans met maar liefst 1100-1800 procent, bij blauwaapjes met 83-834 procent, bij meerkatten met zo'n honderdzeventig procent.

Ook de labmuizen waarmee toxicologen experimenteren worden steeds dikker. Hun lichaamsgewicht is afgelopen jaren elk decennium met 11 procent toegenomen.

De gegevens van hierboven hebben betrekking op dieren in laboratoria. Een soortgelijke vervetting vond Klimenditis in de dieren die onder minder gecontroleerde omstandigheden leven. Ook honden en katten worden volgens zijn gegevens elk jaar een paar procent dikker. Met minder zorg en liefde omgeven zijn de ratten in onze omgeving, maar ook hun lichaamsgewicht neemt toe, volgens studies van biologen onder gevangen exemplaren.

De figuur hieronder vat de bevindingen samen. Je kijkt naar de toename van de kans op obesitas en de toename van het lichaamsgewicht per decennium per populatie. Klik er op voor een grotere afbeelding.


Klik voor grotere afbeelding


De kans dat de trends het gevolg zijn van toeval is nul, aldus de onderzoekers.

Meer studies
Ook andere onderzoekers rapporteren dat dieren steeds dikker worden. Paarden die in de wei staan, bijvoorbeeld. [Journal of Animal Physiology and Animal Nutrition. 92(2): 222-222.] Of ratten die worden gebruikt voor onderzoek naar kankerverwekkende stoffen, en al jarenlang op dezelfde manier gevoed worden. [Hum Exp Toxicol. 1993 Mar;12(2):87-98.]

Er is dus echt iets aan de hand. Er spelen factoren mee in de explosie van overgewicht die we niet kennen. Hormoonverstorende stoffen? Een virus? Een bacterie? Daarover kan Klimenditis niets zeggen.

Bron:
Proc Biol Sci. 2011 Jun 7;278(1712):1626-32.