|
||
|
|
||
|
0 9 - 0 4 - 2 0 0 5 Gendoping: een vijand die niet bestaat
Willem Koert
Nog een paar jaar en dan betreden de eerste gentechsporters de velden. Dankzij het slinkse gebruik van gentechnologie zijn ze sterker en sneller dan gewone stervelingen. Ongehinderd door tests zullen ze de records verbrijzelen die de ouderwetse atleten met bloed, zweet en tranen hebben bevochten. Straks, beweren dopingjagers, is alle sport nep.
Ik geloof er geen klap van.
Gendoping zal de komende, pakweg, vijftig jaar geen belangrijke rol gaan spelen in de sport.
In de eerste plaats is het onmogelijk om gendoping geheim te houden. Dopingjagers vertellen graag spooky verhalen over ondergrondse laboratoria, waarin onderzoekers in het geheim genetische doping ontwikkelen. Een ton zou zo’n ding kosten, heeft gensleutelaar Ted Friedmann wel eens gezegd. "Overal waar mensen geld verdienen aan sport kan zo’n ding staan."
Dat klinkt alarmerend, maar het is niet waar. De manier waarop de wetenschap werkt staat het niet toe. De moleculaire onderzoekers die op dit terrein werken zijn uiterst competitief. Ze weten dat ze actief zijn in de voorste linies van de wetenschap, en zijn uitstekend op de hoogte van wat andere groepen doen. De onderzoeksgroepen spelen elkaars publicaties toe, bezoeken elkaars workshops, nemen elkaars onderzoekers over en proberen koste wat kost primeurs in de wetenschappelijke tijdschriften te publiceren. Want die publicaties staan garant voor media-aandacht, opdrachten en vooral financiering. In dat klimaat houd je niets geheim. Alles verschijnt, en alles is nog voordat de onderzoekers hun bevindingen hebben opgeschreven uitgelekt. Zelfs als die onderzoekers zich in Korea bevinden.
Nee, de tam-tam van de Wada over de dreiging van genetische doping is bovenal rookgordijn. Het moet de aandacht afleiden van de realiteit. En die is dat de dopingjagers er niet in slagen om bij te houden wat er gebeurt. Onzichtbare doping is er al. Sterker: er is meer onzichtbare doping dan zichtbare doping. Voor grofweg de helft van de EPO’s en anti-oestrogenen bestaan geen tests, en dat geldt ook nog steeds voor groeihormoon en insuline. Sporters die zich een beetje in de materie verdiepen weten bovendien hoe ze oeroude middelen als winstrol en testosteron moeten gebruiken zonder dat ze door de mand vallen.
Terwijl ik dit schrijf speelt aan de overkant van de oceaan een dopingzaak rond de Amerikaanse arts James Shortt. Shortt gaf footballspelers van een gerenommeerd team lange tijd winstrol, testosteron en groeihormoon, zonder dat daar ooit een hormoonjagende haan naar heeft gekraaid. Dat we van Shortts praktijken weten, is niet omdat een koene dopingjager lont heeft geroken, maar omdat door een administratieve fout gegevens van Shortts apotheek bij de media terechtkwamen.
Een nog fraaier voorbeeld is de affaire rond het Amerikaanse laboratorium BALCO. Hoewel de media de nadruk leggen op de designerdrug THG die het bedrijf ontwikkelde, gaf BALCO sporters jarenlang ‘onzichtbare doping’ van het bekende soort. Ze gebruikten een truc die de Oost-Duitsers al in de jaren zeventig hadden geperfectioneerd. Daarbij werd een beetje epitestosteron aan testosteron toevoegd, met als resultaat dat sporters zoveel testosteron kon gebruiken als ze wilden, zonder dat ze konden worden opgespoord. Historici hebben dankzij de archieven van de Oost-Duitse geheime dienst ' precies kunnen vertellen hoe die procedure werkt, en daar zo’n tien jaar geleden uitvoerig over gepubliceerd. Maar de epitestosteron-truc werkt desondanks nog steeds.
Dat we van BALCO weten is ook een toevalligheid. De medewerkers van het laboratorium kregen ruzie en verklikten elkaar bij de autoriteiten. Was dat niet gebeurd, dan hadden de atleten uit de stal van BALCO nog steeds medailles gewonnen.
De Balcozaak en de zaak rond sportarts Shortt geven aan dat de organisaties die wereldwijd doping moeten bestrijden wanprestaties leveren. Ze weten niet wat er speelt binnen de farmacie. Ze weten niet wat er gebeurt in het dopingmilieu. Ze zijn geen partij voor hun tegenspelers. Ik vermoed dat de dopingorganisaties daarom zo’n heisa maken van gendoping.
Van een vijand die niet bestaat kunnen ze winnen.
|
|
|