|
2 6 - 0 2 - 2 0 0 8
Cholesterol helpt trainende ouderen aan meer spiermassa (J Gerontol A Biol Sci Med Sci. 2007 Oct;62(10):1164-71.)
Hoe meer cholesterol ouderen via hun voeding consumeren, des te meer spiermassa bouwen ze op als ze aan krachttraining doen. Dat ontdekten Amerikaanse bewegingswetenschappers. Een hoge inname van cholesterol werkt hypertrofie nog beter in de hand als ouderen daarbij cholesterolverlagende statines gebruiken.
De onderzoekers zijn op zoek naar een manier om sarcopenia [spierzwakte door ouderdom] een halt toe te roepen. Die aandoening wordt in de toekomst een levensgroot probleem. Demografen verwachten dat in 2040 21 procent van de Amerikaanse bevolking ouder zal zijn dan 65 jaar.
De onderzoekers lieten vijftig mannen en vrouwen tussen de zestig en zeventig jaar drie keer per week krachttrainen in de gym van een universiteit. De proefpersonen deden hun werkzame sets met 75 procent van hun 1RM. De proefpersonen hadden daarbij een advies gekregen voor een dieet dat voor vijftig procent uit carbs bestond, voor twintig procent uit eiwit en voor dertig procent uit vet.
Na twaalf weken keken de onderzoekers hoeveel kilo lean body mass de proefpersonen hadden gewonnen. De proefpersonen hadden in die periode een voedingsdagboek bijgehouden. Daaruit konden de onderzoekers opmaken dat de inname van cholesterol de belangrijkste voedingsfactor was die bepaalde hoeveel vetvrije massa de proefpersonen wonnen.
De inname van eiwit was geen factor, de totale inname van kilocalorieen evenmin.
De proefpersonen die veel cholesterol binnenkregen werden ook sneller sterker dan de proefpersonen met weinig cholesterol in hun dieet. De ouderen die dagelijks per kilogram vetvrije massa 7,2 tot 10,2 milligram cholesterol consumeerden werden in de chest- en leg-press bijvoorbeeld 88 procent sterker. De ouderen met een dagelijkse cholesterol-inname van 2,2 tot 3,5 milligram per kilogram vetvrije massa gingen slechts 41 procent vooruit in kracht.
Cholesterol maakt celmembranen stijver. Studies suggereren dat daardoor cellen gevoeliger worden voor stikstofmonoxide, protein kinase C-alpha, nuclear factor-kappa B, phosphoinositide kinase-3, protein kinase C, epidermal growth factor receptor, platelet-derived growth factor receptor, interleukin-6 en AKT1. Dat zijn allemaal factoren die een rol spelen bij de hypertrofie van spiercellen.
Een andere mogelijkheid is dat cholesterol ervoor zorgt dat spiercellen makkelijker microtraumas als gevolg van krachttraining kunnen repareren.
Opvallend was dat een hoge HDL-spiegel de vooruitgang in spiergroei remde. HDL houdt cholesterol weg uit het lichaam, en voert cholesterol af naar de lever. Andersom stimuleerde een hoog LDL - het 'slechte cholesterol' dat cholesterol juist het lichaam inbrengt - de spiergroei juist.
Slikten de ouderen statines, dan was de vooruitgang nog groter.
Het stimulerende effect van statines verbaast de onderzoekers, "given the wellestablished effects of cholesterol on health and effects of statins on skeletal muscle". Daarmee doelen ze op de zeldzame incidenten waarbij statinegebruikers last van hun spieren krijgen.
Statines remmen het enzym HMG-CoA reductase in de lever. Zo maken statines de receptoren voor LDL gevoeliger, waardoor LDL sneller uit het bloed verdwijnt. De statine die in de studie de grootste spierversterkende werking heeft is lovastatin. Lovastatin was de eerste statine op de markt. Merck haalde hem medio jaren zeventig uit de schimmel Aspergillus terreus.
De onderzoekers hebben een moeilijke theorie over hoe statines de groei van spierweefsel moeten bevorderen. Statines verlagen de hoeveelheid cholesterol in het lichaam, denken ze hardop. Minder cholesterol betekent minder isopentenylpyrophosphate, een stof die de cel nodig heeft voor de aanmaak van selenoproteines. Tata.
Leuke theorie, maar hij verklaart niet waarom mensen die a. veel cholesterol eten en b. ook statines slikken het meeste vooruitgaan als ze aan krachttraining doen.
De onderzoekers zijn voorzichtig. Ze willen dat andere onderzoekers hun uitkomsten bevestigen, want ze zijn raar. En als andere onderzoekers met soortgelijke resultaten komen, dan nog willen ze sporters niet vertellen dat ze meer cholesterol moeten gaan consumeren. "It is necessary to examine changes in cardiovascular risk due to dietary cholesterol consumption (within the context of exercise training) so that reduction in sarcopenia and disability is not at the price of elevated cardio vascular disease", besluiten ze.
De belangrijkste bronnen van cholesterol in ons voedingspatroon zijn eierdooiers, [een heel ei bevat tweehonderd milligram cholesterol] rundvlees, kip en kalkoen, en garnalen. Een dieet met veel kip, vis en schelpdieren levert al snel zo'n zeshonderd milligram cholesterol per dag.
De gezondheidseffecten van cholesterol in voeding zijn nog steeds niet helemaal duidelijk. Tien, twintig jaar geleden achtten onderzoekers voedingscholesterol nog een belangrijke factor. Nu niet meer.
Volgens sommige epidemiologische studies verhoogt een forse inname van eierdooiers de kans op kanker en op een verlaagde testosteronspiegel. Het is nog maar de vraag wat die verhoogde kans veroorzaakt. Hij zou wel eens niet met cholesterol, maar met verontreiniging zoals dioxines in eieren te maken kunnen hebben.
|
|
|