Epidemiologische studie
|
Luteoline, slaap en isorhamnetine
Een paar dagen geleden schreven we over een dierstudie waarin een uiterst bescheiden dosis luteoline de slaap als geheel en vooral de diepe slaap verbeterde. Omdat je de uitkomsten van dierstudies vaker niet dan wel kunt extrapoleren naar mensen, zijn we gaan zoeken naar epidemiologische studies naar het verband tussen slaap en luteoline. Die vonden we - plus misschien nog een andere interessantere polyfenole slaapverbeteraar.
Epidemiologische studie
De onderzoekers berekenden aan de hand van voedingsdagboeken die de Amerikaanse participanten hadden ingevuld hoeveel polyfenolen de Amerikanen dagelijks ongeveer consumeerden. Omdat de participanten ook vragen over slaap hadden beantwoord, konden de Chinezen berekenen of er een verband was tussen de inname van polyfenolen en slaap.
En jazeker, dat verband was er.
Resultaten
Nog beter beschermde het flavonoid isorhamnetine. De Amerikanen in het tertiel met de hoogste inname van isorhamnetine hadden bijna 18 procent minder kans op slaapproblemen. Bovendien sliepen ze een beetje langer.
Klik op de tabel hieronder voor een grotere versie.
Luteoline versus isorhamnetine
Luteoline, quercetine en isorhamnetine lijken op elkaar. De verschillen tussen de structuur en farmacokinetische eigenschappen van luteoline en quercetine behandelden we een paar dagen geleden.
Het verschil tussen de platte chemische structuur van de drie moleculen zie je hieronder. Isorhamnetine heeft een methoxygroep op het derde koolstofatoom van de B-ring waar bij zowel luteoline als quercetine een hydroxylgroep zit.
Die methoxygroep remt enzymen die polyfenolen in de bloedbaan uitschakelen door er suikergroepen aan vast te plakken. Dezelfde methoxygroep maakt het molecuul ook lipofiel, waardoor het makkelijker in de hersenen komt en daar cellen binnendringt.
In voeding
Hier vind je een tabel die vertelt hoeveel luteoline er in vrije en gebonden vorm in voedingsmiddelen zit. De tabel komt uit een review die in 2017 verscheen in de International Journal of Agricultural and Life Sciences. [IJALS. 2017;3(2):195-207.]
Op het web zwerft ook een tabel rond die een idee geeft van de concentratie isorhamnetine in voeding. Die vind je hier. We hebben de wetenschappelijke bron niet kunnen achterhalen.
Slechts enkele procenten van alle luteoline- en isorhamnetine-moleculen zijn 'vrij' en dus biobeschikbaar. De rest zit vast aan suikergroepen. Micro-organismen in de darm knippen die groepen er af. Door dat knipwerk kan het lichaam ongeveer 18 procent van de moleculen opnemen.
In 2010 publiceerden onderzoekers van Harbin Medical University in China een schatting van de dagelijkse inname van quercetine, luteoline, isorhamnetine door studenten. [Br J Nutr. 2010 Jan;103(2):249-55.]
Hoewel de inname van polyfenolen in China hoger is dan in het Westen, geeft de studie een idee van welke inname van luteoline en isorhamnetine 'normaal' is.
Het humane equivalent van de dosis ongebonden luteoline die onderzoekers aan hun proefdieren gaven in de dierstudie waarover we eerder schreven was 15-25 milligram.
Als je er rekening mee houdt dat bijna alle luteoline in de voeding is gebonden en slechts 18 procent van die luteoline uiteindelijk in ongebonden vorm wordt opgenomen, besef je dat het niet mogelijk is die dosis via reguliere voedingsmiddelen binnen te krijgen. Meer:
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||